Lochem

Herfst

Overpeinzing. De Zomerstorm waarschuwing kwam op tijd. Stoelen en tafels dicht tegen de muur. De rest de schuur in en afwachten wat de zomerstorm Francis voor brokken gaat maken! Nou dat viel mee, zij had enkel de kunstgrasmat bij de voordeur twee meter verderop in de tuin gekieperd. Maar op mijn fietstocht zag ik wel veel blad en takkenzooi liggen. In het westen was het veel erger en hadden we hier in de Achterhoek gewoon mazzel. Wel is het gelijk gebeurd met de zomer en gaat het Herfst worden. Vandaag begint de meteorologische herfst. Het seizoen waar ik mijn hart aan verpand heb. De oogst uit de groentetuin bijna klaar, en het rijpe fruit, maar geen werk meer voor mij! Ik hoef enkel de gelegde bruine bonen tussen de bloemen in mijn stadstuin op te trekken en een heerlijke Achterhoekse maaltijd van te koken. Bruine bonen met uitgebakken spekjes, rauwe ui en een grote eetlepel stroop. Nu komen de regenbuien waar we tijdens die hete zomer naar uit keken en die niet kwamen. Maar wat mij nog meer boeit zijn de kleuren in de natuur, het groen naar geel, rood, oranje en de wind en storm en de wilde wolken. Lekker jas aan en wandelen met de wind om je oren. De maisvelden die leeg raken en de verten terug geven. Kan er niet genoeg van krijgen om door de velden te fietsen en naar de wolken te kijken! Dat heb je hier in de stad niet en ik mis het als een heimwee gevoel. In de tuin gaat het ook langzaam minder worden. De stenen van de oprit heb ik de voegen uit zitten krabben en ze weer gevuld met brekerszand. Een mooie klus nu het koeler is. De Afrikanen die we niet meer zo mogen noemen, anders krijg je half Nederland over je heen, bloeien nog volop. Tagetes moeten we ze nu bij hun Latijnse naam noemen. Een hele vooruitgang voor zo’n huis-tuin-en-keukenplant die we al sinds onze jeugd kennen en toen in alle tuinen te vinden was. Mijn bruin-oranje Tagetes staan prachtig overal tussen. Volgend jaar ga ik nog meer zaaien. De Cosmea doet het ook volop, net als de paarse Herfstaster. De Chrysanten staan in volle knop en komen nog. Vandaag paar wortelstukken van Persicaria Filliformis van een tuinmaatje gekregen. Die bloeien zo mooi met rode aren nu de herfst net begint. Heb er nog wel een plekje voor en ook Boltonia gaan paar stekjes als weefplant er tussen. En de tuin stond te puffen op deze tropische Prinsjesdag 15 september, zo sober vanwege nog steeds oplopende Corona besmettingen maar super heet en zonnig alsof het weer zomer is. De weerman zegt dat het in de toekomst vaker vroeger begint en langer gaat duren. Ik zet nog maar even de gele Brem uit mijn voortuin op een plek in het tussenstuk met de buuf. Zijn blaadjes hangen er grauw bij maar eens kijken wat hij in het voorjaar gaat doen. Kleine plantjes Antirrhinum gaan er ook in. Iedere keer toppen zodat er in het voorjaar mooie struikjes Leeuwenbekken staan. De gezaaide Dahlia’s, Bishop’s Children, de hele zomer niet te zien, bloeien nu een meter hoog in de Herfsttuin. Moet ze wel voor de vorst er uit graven om er volgend jaar weer van te genieten. Voor de kleur hebben ze al een kaartje om hun stengel hangen. Dan moet het zeker lukken in het voorjaar.

Tuinvrouwtje. © Herfsttuin. Ria wittenberg.

Zomer 2020

Overpeinzing.

Zomer zoals nooit eerder!

Wat een zomer van 2020. Begon in het voorjaar met Covid19, met alle maatregelen en beperkingen en ging de hele zomer door. Gelukkig had dit tuinvrouwtje en velen met mij, een tuin om nog wat in te werken. Was het weken een stralende tuin toen alle Hemerocallissen in bloei stonden en de zon volop scheen. Tot de hittegolf zich aandiende, nooit eerder zo warm en droog en zo lang sinds het bijhouden van de metingen vanaf 1900. Was het ineens een beetje gebeurd met de bloei. Meneer waterleidingbedrijf verzocht om zuinig te zijn met water dus bij mij duurde dat behoorlijk lang. Ik heb nog steeds de pest aan water geven! Totdat een app kwam van een buuf, ben je met vakantie? Je mooie tuin staat er zo zielig bij, zal ik er met en gieter langs lopen? En ik was gewoon thuis! Ik was nog steeds in afwachting van die regenbui.
Toch maar de volgende avond waterlientje uitgerold en aan het wateren. Daar kwam buuf aangelopen, waar ben je nu dan toch mee bezig? Haar vinger ging in mijn pot met Oleander, hij is nog steeds droog en ik hield gauw de slang erbij, nu niet meer en we schoten in de lach!
Het bleef die komende week nog tropisch en ik keek naar de bruine dorstige plantjes en hoor Brian uit het ‘Hooge Noorden’ zeggen, daar krijg je sterke planten van die zichzelf goed redden. Nou ik wacht af en knip wat uitgebloeide stengels terug. Dat is ook het enige wat ik doe met deze hitte.
Bijna of helemaal het einde van de hittegolf, die net als Corona lang in ons geheugen zal blijven. Nu is er nog geen zon en een koele wind en ik ga op de knietjes de rand tuin aan de straat schoon maken. Het staat weer vol met wilde Postelein wat ik er niet in wil hebben. Ze kunnen zich heel goed uitzaaien. Ik vind het weer heerlijk dat ik een uurtje in de tuin kan werken.
Ja, de bruine plantjes pluk ik schoon en zie dat er alweer groene punten uit lopen. Die Brian heeft helemaal gelijk, en daar word ik helemaal blij van! Mijn randje is weer keurig maar moet even opschrijven wat er verkeerd staat. Mijn tuin is nog zo nieuw dat ik eigenlijk niet weet waar en wie er verkeerd staan. Een paar gieters water sjouw ik er heen. En aan het eind van de dag een fantastische bui regen! Hoor de weervrouw zeggen dat de Achterhoek de 18e tropische dag vandaag had maar dat het met de hittegolf nu toch echt gebeurd is. 
Van onder de klimopheg komt van de buren een rank Passiebloem tevoorschijn en hij groeit zo hard dat ik haar over de klimop aan mijn kant iedere keer vast maak. Ik krijg er mooie bloemen van! 
Heb ik toch een witte Liatris zie ik nu, de paarse stonden hier in grote bossen en heb ik overal neer gezet. 
In de voortuin stond een stokje, wist niet wat het was en ik groef hem er al eens uit. Zaten wortels aan maar kon niet bedenken wat het was tot nu. Het is nog een stek van de Eikenblad Hortensia die ik had meegenomen van de boerderij, in een ton om te overwinteren en waar niets van overbleef, behalve dit stekje wat ik vergeten was. Mooi staat ie daar de zomer uit te zwaaien... nu wij nog dat Coronavirus de wereld uit...

 

Tuinvrouwtje.© Zomer zoals nooit eerder! Ria Wittenberg.

Overpeinzing. Grauw en grijs

Overpeinzing. Grauw en grijs

Grauw en grijs begint de morgen. Waren het donkere dagen voor Kerst, nu zijn het nog donkere dagen in een nieuw jaar voordat we het voorjaar verwelkomen. Maar met dit zachte weer hebben we nog werk. Uit de tuin van mijn kind zijn prikneuzen Lychnis coronaria mee gekomen van een logeerpartij.
Twintig jaar terug kreeg ik een belletje van haar, toen ze net een woning met tuin kreeg. “Mama, ik hang uit mijn bovenraam, dat doe jij ook vaak hè?. Ik wil ook een mamatuintje. Als je komt breng je dan planten uit jou tuin mee?” En zo komen nu mijn planten terug.
Ook een flink stel rozetten van de Teunisbloem die één dag bloeien en dan het liefst s' avonds open gaan. De liefdesbloem waar je in de schemer naast zit met een glas wijn en als hij open gaat tegen je lief zeggen hoeveel je van haar houdt! Ze hebben wel een lange steel met heel veel bloemen. Ze liggen nog even in de kruiwagen totdat de miezer over is en ze een plek krijgen in het kale stuk tuin. De Teunisbloem gaat tussen de paarse en de roze Buddleya, dat gaat mooi kleuren met hun gele en soms oranje bloemen in de avond. Vanuit mijn erker heb ik er mooi zicht op.
In de schuur bakjes gezocht om de zeven verschillende soorten Akelei voor te zaaien. Als er één plant is die me blij maakt dan is het de vrolijke Akelei met hun dansende rokjes. Ze kunnen mooi als weefplant tussen alles in staan en komen met hun ranke stelen er wel bovenuit.
De hoge blauwe Herfstaster met paarse stelen staan erin en ook Digitalissen die uit de tuin van mijn kind komen hebben een plek gekregen. Een pol Miscanthus staat. Nog plek vrij houden voor een pol Stipa gigantea en dan eerst maar afwachten waar ik wat ook alweer heb gezet. 
De punten van de bollen komen voorzichtig boven de grond. Wat vliegt de tijd. Tabeh mijn vriend, tot volgend jaar zingt het lied. Tabeh, mijn lief maar ik zie je niet weer en het voorjaar komt eraan. Jouw seizoen waar je het meest van hield. Niet van mijn bloemen waar je maar met een half oog naar keek. Je vond al die kleuren door elkaar maar een rommeltje. Hoe vaak zei je niet dat er veel ruimte tussen moest zodat je wel wilde helpen schoffelen. Maar ik kon je niet gebruiken in 'mijn' bloementuin en we lachten er vaak samen om. Dan moet je het zelf maar weten en je nam mijn volle kruiwagen onkruid mee om op te ruimen. Om de hoek van het huis riep je, achterom kijkend, kom je ijsje eten? Je wist waarvoor ik mijn tuinwerk onmiddellijk zou stoppen!
Met de neus naar beneden speur ik mijn tuintje af. De Alliums zijn snelle jongens, gingen als laatsten erin en zij komen het eerste boven de grond. Is er ineens een rode Anemoon of is het een Ranonkel? Overblijfsel van de vorige eigenaar, bloeit zomaar in de vrieskou.
Even is er ijs op het vogelbakje. Verder is er mist, mist, en grijs en nat. Een witte Crocus begroet me met overal de sprieten die boven de grond komen. Nog even dan komen Thunder Cloud en Spitfire Dream in mijn tuin wonen. Dan hebben we voorjaar!

Tuinvrouwtje. Grauw en grijs © Ria Wittenberg.

Winter 2020

Overpeinzing.

De herfst zonder stormen had tot gevolg dat het blad lang aan de bomen bleef zitten. Vooral de Beuken waren een feest om door hun blad op de grond te sloffen en de zon door de toppen te zien. Geel en oranje, prachtig.
Plaagstootjes winter maar...mijn Salvia's verzuimd om binnen te zetten! En vanmorgen was het wit bevroren. Nu staan ze binnen en maar afwachten hoe ze in het voorjaar hun best weer gaan doen. De Oleanders en Agaphantus blijven nog even een koude behandeling ondergaan. Mocht het beneden de zeven graden vriezen dan sjouw ik ze ook naar binnen. Dan kan ik de garage niet meer door! Goed dan moet mijn fiets ook in de hal staan. De accu van de I-Bike vindt dan ook de garage te koud. Daar is geen verwarming. We wachten af...
De meteorologische winter is begonnen. Na paar hele koude nachten valt het blad driftig van de bomen. Even naar mijn tuintje kijken. Al een paar dagen dikke mist, dat lokt niet om buiten te werken en een wandeling met de armen op de rug rond mijn tuin is in een paar tellen gebeurd. Maar zag dat de gezaaide klaprozen overal opkomen. Had in mijn groenblad gelezen dat je ze het beste in de herfst kon zaaien voor sterke planten. Dat was nooit in mijn gedachten want ze stonden gewoon elk jaar wel overal en hoefde ik enkel uit te dunnen. Hoe anders moet ik nu mijn gedachten andersom draaien en niet achterom kijken. Wel dan maar de blik naar het voorjaar en dat mijn prille voortuintjes een ware Keukenhof-bloei hebben. Dat verwacht ik wel!
Vanmorgen hoorde ik een prachtige uitdrukking. Wie zijn tuin niet bemest, krijgt de tuin schijt aan jou! Dat moet mijn tuin toch es wagen om te doen. Maar wees gerust tuin, ik heb nog een zak gedroogde koemestkorrels staan. Voorlopig hoop ik op geweldige groei en bloei.
Laatste kans om dit jaar nog takkenzooi af te voeren naar de stort, dus vanmorgen d'r an! Mooi zonnetje en knippen en zagen die hoge verwaarloosde Abelia en Glansmispel van drie meter hoog. Gewoon tot dertig centimeter terug gezaagd. Stond er ook nog een Rhododendron tussen, ook maar tot de grond eraf. Staan er nog twee die ik niet weet wat het is, ook tot de grond terug geknipt. Zie ik van het voorjaar wel wat het is. Groeit wel weer en anders maar niet. De donkerpaarse Vlinderstruik ook tot de wortel eraf. Krijgt hij mooie jonge scheuten. De kleine roze zet ik er naast en ik hou een plek vrij voor Rabarber met mooie donkerrode stelen. Moet kunnen in mijn bloementuin. Een Callicarpa, met haar mooie paarse bessen, moet ik nog even kijken hoe ik haar snoeien kan. Langs de keien aan de rand plant ik de bodembedekkers uit die er staan en de Geranium stekken van elders in de tuin. Blauw Schapengras uit het kado gekregen mandje, komt er ook bij. Verder heb ik bedacht dat ik de donkerbladige Sambucus Thunder Cloud en de Cornus sanguinea Midwinter Fire, gele takken met rode punt ga zoeken. Had hem op de boerderij net mooi aan de groei!
Bij tuincentrum de Sambucus, de Cornus, de Spirea en een Miscanthus besteld voor levering in het voorjaar. Voor in de hoek die ik flink heb zitten snoeien een lege plek gekregen.
En nog steeds geen winter. Wel een goed voornemen om te beginnen in 2020 om mijn tuin, geen 'prutstuintje' meer te noemen. Ook de drie, ik wist niet wat het was, en de hele zomer stonden ze maar beetje groenig te kijken en in december, zo mooi roze bloeiende Prunusbomen, geen 'truttebomen' meer noemen!
En ook mijn schuurtje geen 'konijnenhok'! Het is een begin...
En mijn hoge heg? Ik kan niet alles in een keer beloven...deze voelt nog beetje dwars...

Tuinvrouwtje. Winter © Ria Wittenberg.

Overpeinzing, Karwei

Het is een heel karwei en als je de karweitjes alleen moet doen dan ga je je al gauw een kenau voelen. Niet alleen voelen, je moet het zijn! Zit ik met een goede arm de tuinslang schoon te vegen en met mijn andere die niet zo goed wil moet ik haar opdraaien. Ja, het gaat moeizaam maar opgeven is er niet bij, dan komt het niet af! Maar ze staat binnen en wie weet voor de hele winter als er genoeg regen komt. We hebben nog zomer maar het begint al vroeg te donkeren.
Nog steeds heb ik planten boven de grond staan in plaats van erin. Het is een moeizaam karwei omdat ik een beetje veel zit te rommelen waar ze moeten staan. Ik zie de bui volgend voorjaar al hangen en moet ik nog het een en ander verplaatsen. Mijn straf dat ik geen goed plan heb gemaakt. Maar ik geniet al van mijn kleine hoekje bij het terras. De rode Mandevilla, gekregen van goede vrienden, bloeit prachtig en is door de heg vanaf de straat goed te zien. Dat is wel wat anders dan die grote groene bollen. Die mis ik voor geen meter en mooi geen snoeikarwei erbij!
Voor het huis ben ik bezig eerst een slootje te maken en vullen met cacaodoppen die ik al een paar jaar heb staan. Hoe ze vers eruit zien, geen idee maar dit grijzige mengsel kan er goed in. De tuin ligt hoger dan de straat en dit slootje moet het regenwater met modder tegen houden voordat het de straat op gaat en ik iedere keer karwei van stoep vegen heb. Ik hoop dat het werkt.
Nu nog even die verhipte wilde postelein er uit rooien. De buuf staat ook al versteld hoe dat het er komt. Hebben ze nog nooit gezien. Heb in het begin er enkele keurig uit geplant. Dacht dat het een leuk vetplantje was! Ja ze waren al vroeg in bloei en zie hun zaadjes al overal liggen. Dat karwei heb ik bij lange na nog niet geklaard!
Nu moet ik toch opschieten met die laatste planten de grond in. Alle potten leeg, weg ermee of schoon gewassen en opruimen in de schuur. De tuinman komt het gras afplaggen en opnieuw inzaaien. En vanmorgen als de herfst begint staan drie groene mannetjes op de stoep en nog een blauwe op zijn graafmachine. Planten moesten er weer uit en het betonrek aan de kant om doelmatig te kunnen werken. En gewerkt werd er! De hele bovenlaag met onkruid er af geschept en afgevoerd. Dan komt een groen mannetje voor me staan met een brede glimlach en de vraag..."waar wilt u allemaal bloemenborders hebben? En hoe groot moeten ze worden?" " Nou, eh?" zeg ik..."dit gaat allemaal gras worden". Ik zie zijn ongelovige gezicht, hij heeft ook in de boerderijtuin dezelfde werkzaamheden verricht en wist nog hoeveel bloementuin ik wilde en ook kreeg. Dan leg ik uit dat ik het senior proof moet maken en dat wat ik nu als bloementuin heb, voldoende moet zijn. De groene mannen gaan aan de slag met harken en zaaien. Het wordt erg mooi en wat lijkt het groot. Ja, het kriebelde wel even. Zal ik toch daar langs de buitenrand niet een bloemen border maken zoals ik wilde toen ik hier kwam kijken en ik nog niet zo'n verdraaide knie had. Het doet 'heel zeer' maar mijn verstand heb ik bij elkaar gehouden en uitgeschakeld.
Toch kreeg ik ongewild een stukje bloementuin erbij. De twee bomen hebben nogal dikke wortels  richting gtas waar 'Gijs' straks zijn nek op breekt. Daar heb ik nog twee ronde stroken voor bloemen gekregen. Dat maakt me wel even blij! Het betonrek staat weer en de planten keurig op hun plek, nou ja, wel een paar omgekeerd op andere plek. Nu maar het gras uit de grond kijken...
De bijzondere planten gescoord tijdens ons tuinuitje moeten de grond in. Kleine viooltjes staan nog zo schattig te kijken. Moeten er ook nog in. Een leuk herfst karwei.
Dan haal ik de mand met gekochte bollen tevoorschijn en die moeten de grond in. Crocussen in alle kleuren, Narcissen met bijzondere bloemvorm. Paar van die grote Alliums en Sneeuwklokjes. Vond ik op het laatst nog die wilde Hyacintjes. En ik kon het niet laten een paar grote hyacinten voor binnen. Eerst maar de bollen boven de grond op hun plek leggen zodat ik overzicht op soort en kleur heb en vooral niet alles tegelijk. Een heel mooi herfst karwei.
Het blijkt nog een hels karwei!

Tuinvrouwtje.  © Ria Wittenberg. Herfst 2019.

Zomerfeest

Zomerfeest

Och eerst nog maar stukje lente. Dan heb ik tijd om de planten in de grond te zetten. Dat moet met aandacht, waar zal ik je planten, zodat ik volgend jaar dat niet weer opnieuw hoef te doen. De zakjes Cosmea gaan in potjes en in de grote grijze vierkante potten zaai ik vele kleuren Oost-Indische-kers. Dat moet al een zomerfeest worden.

Eerst is het nog even wennen om zo dicht op mijn tijdelijke buur te wonen. Op deze zonnige zondagmorgen is het bladblazen van de grote eiken die voor het huis staan aan de beurt. En alle machines maken herrie en ik zit er vlak naast! Ik zit lekker in de zon en lees mijn groenblad en moest al erg lachen om de gelukkige tuinman die Wim Sonneveld zijn lied aanhaalde: “Alleen de bomen dromen, hoog boven 't verkeer” nou niet alleen de bomen, ook ik zit te dromen en maak aantekeningen welke planten zal ik straks in mijn stadstuin zetten? Een mooie Amberboom zoals in mijn vorige tuin zal ik missen. Tien jaar lang zou ik tegen een kleine boom aan kunnen kijken maar ik kan een volgende bewoner niet aandoen in een grote schaduwtuin te zitten met een boom die van z'n leven niet weg te krijgen is. Moet maar vaak langs mijn Ambers fietsen en ze even groeten...

Ik hou het nog maar even bij klein en gemakkelijk. En ik krijg er weer zin in. Heimwee naar ‘Gijs’ die het gras zo mooi kort houdt. Die steeds vlak voor mijn voeten kwam maaien terwijl ik net op de knietjes lag en niet zo rap meer overeind kom. Van klompen op de punt in de grond en zonder je handen te gebruiken hup overeind en staan, tja dat is geweest. Gelukkig zijn er stevige emmers en harkjes om me op te helpen!

En regen! Bij bakken uit de lucht en soms een hele dag. Vandaag kletterde het zo hard dat er wel zeker hagel tussen zat. De weerman had nog nooit zulke harde wind meegemaakt. Mooi tijd om mijn bloemzaadjes op te schrijven die ik heb. De nieuwe, net besteld van Groei en Bloei, ga ik morgen zaaien. Gemengde Dahlia Bishop's Children met donker blad. Dat moet straks toch mooi worden in mijn tuin. De rest moet maar wachten tot in de nieuwe woning.

Het is een smalle strook wat de buur en ik samen langs het huis hebben. In het midden begint met een Hamamelis. Daarna Prunus en grote bos Hydrangea. Die snoei ik terug op een koninginnenknop. Twee blaadjes aan de zijkant als troon en de koningin in het midden. Dan staat er Corydalis en een witte sering met er onder veel gekleurde klimop. Valt niks van te zeggen daar groeit geen onkruid. In het stuk dichter bij de straat staan Geranium, Muurbloem en Digitalis. Nog genoeg lege plek om er Hemerocallis tussen te zetten en de witte slaapmutsjes te zaaien.

Hier in het Lochemse hebben we prachtig weer. Ik ben bezig twee coniferen er uit te spitten. Gelukkig wortelen die niet diep en heb ze na een half uur flink scheppen eruit! Dan een grasrand afsteken om een strook border te krijgen. Niet te groot en ik ben weer grastossen aan het schuddebuikje! Dacht nog zo dat ik daar wel van af was! Ik zie, omdat ik op de knietjes lig en er onder kan kijken, dat de Kronkelhazelaar wilde rechte scheuten omhoog heeft. Daar moet ik met een zaag bij. Eerst maar die grote pol Annabelle onderhanden nemen. Die gaat eruit! Gezien haar houtige stengels is ie wel 10 jaar en zij zit dan ook verhipte vast in de aarde. Maar het is gelukt!

De zomer gaat gestaag en niet zoals ik met open ogen zat te dromen! Drie keer verhuizen in acht maanden vergde veel energie die ik eigenlijk niet had. Mijn dromen net als Wim Sonneveld spookten door mijn hoofd met een verwaarloosde stadstuin die totaal niet te vergelijken was met waar ik zesendertig jaar heb zitten tuinieren. Bijna geen bloeiende bloemen. Groene domme tot bollen geknipte struiken die ik iedere morgen stil van binnen zit uit te schelden. Ja, je moet wat om staande te blijven. Ook dacht ik iedere keer aan, toen ik net voor mijn schouder naar fysio ging, en hij mij tartte met de woorden: "en zit Doornroosje al goed achter de heg, kon je er wel door komen naar hier? Kom je al om in het onkruid?" Een zuur lachje kon er van af maar werken in de tuin was er toen nog niet bij. En nu loop ik rondje in mijn stadstuin en 'voel' me Doornroosje, want de hoge heg is nu echt rondom en daar moet ik aan wennen. Het heeft tijd nodig. Het is toch zomer en ik blijf maar even in de zon dromen net als de bomen van Wim Sonneveld en probeer mijn Doornroosje gevoel er onder te krijgen!

Tuinvrouwtje. © Zomerfeest.2019. Ria Wittenberg.

Overpeinzing, lentekriebels

Lente...kriebels

Nee, niet zoals een bakvis vol verwachting wat het leven je zal brengen, maar mijn vingers jeuken om in de aarde te wroeten. Kleine plantjes op rij zetten en de zaadjes voor een zomer vol bloemen zaaien. Het voorjaar was het seizoen van mijn lief. Het uitbotten van de blaadjes aan bomen en struiken. Het groen in vele schakeringen. De vogels die vroeg in de ochtend zich weer laten horen. Hij had het altijd over het vele groen maar het was ook dat hij weer naar buiten kon rommelen op het erf. Hoe wij Meneer Eik groen zagen worden. En de Sequoia met zijn zachte naalden iedere dag zich verder omhulde met een wazig groen. De wilgen, Salix integra Hakuro Nishiki met hun mooie Japanse naam, rond oud jaar al geknot, die van knop ineens takken groen had. De heg van de beuk Fagus sylvatica deed het stiekem, die was ineens groen zonder dat je er erg in had, maar je oog er ineens op viel. Moesland glad harken en de aardappelen poten. Hoe onze zoon in een ver verleden met zijn linkerhand vanaf de kant probeerde hoever hij goed kon mikken dat de aardappel precies in het gat viel. Tot ergernis, maar we hebben er ook vaak om moeten lachen. En nu heb ik enkel heimwee naar een eigen stukje tuin waar ik me in kan verliezen. Het weer kunnen zien en voelen, hoe bloemen en struiken me vreugde geven. Maar nog steeds moet ik geduld hebben. Eerst maar weer eens fietsen richting mijn naamgenoot waar ik een stukje tuin te leen heb in haar prachtige voorbeeld borders. Vorige zomer voor de verhuizing heb ik daar de vele kleuren baardirissen en gewone irissen uitgeplant. Netjes op rij met naamkaartje erbij. Daarna ben ik er niet meer geweest. Maar die lente kriebel is er nu, dus ik ga kijken.

Geduld was het woord wat ik nieuwjaarsdag mee kreeg en ik was weer veel te haastig! Niks te kriebelen, oh, mijn plantjes! Hebben we nog even winter met vriezen in de nacht en een heerlijke zon overdag. Naar buiten in de vrieskou wandelen en fietsen in plaats van willen wroeten in de tuin. Kleindochter al op de schaats op de ijsbaan. We hebben 20 januari 2019 en Doorn is weer een van de eersten open. En het wordt even een flink wintertje. Tien centimeter sneeuw, een mooie stille wereld om van te genieten. Maar komende nacht die minimaal tien graden vorst en mijn plantjes in een open prieel. Ik heb even niet wat anders en ik kan ze echt niet in mijn kamer zetten maar mijn ziel doet pijn! Het blijft nog even kwakkelen met af en toe sneeuwbuien en grijze dagen. Veel grijze dagen!

De Chrysanten die in een pot staan beginnen uit te lopen. De grote tonnen met Agapanthus bekijk ik met argusogen. Zij hebben aan het randje van het prieel gestaan met die toch wel even fikse nachtvorst. Een koude behandeling hebben ze nodig maar ik ga aardbeien mest halen en dan eens kijken of er groei in zit. Het is nog vroeg, 17 februari maar zo’n lekkere zon en dan in een prieel zitten. Ik krijg de kriebels om al die potten te schonen. Toch maar even geduld hebben...De eerste officiële lentedag...moet niet gekker worden.

Kriebels, ja, het voorjaar maar eerst moet ik verhuizen en mijn handen jeuken. Er is een nieuwe tuin, mijn tuin en niks keurig aangelegd. Ja, wel de ronde terrassen en ik kijk en broed als ik een rondje loop, wat zal ik doen? Wat ik heel goed weet is dat al die grote coniferen eruit gaan. Bloemen moeten erin. Mijn Hemerocallissen, de Irissen en Geraniums die nu nog logeren. De grassen en Dahlia's en maar hopen dat de slakken niet in de stad wonen!

Ja, ik ben als een grijze bakvis, een eigen huis, een nieuwe tuin en vol verwachting wat het leven mij brengt...

Tuinvrouwtje. Lente...kriebels! 2019 .© Ria Wittenberg.

Overpeinzing

Een beetje vorst aan de grond, dat begon al vroeg. In die week was het poot aan werken en de potten met Hemerocallissen die ik zo verwoed er in geplant had moesten onderdak en uit de nattigheid, als die zou vallen. Dat lukt goed met hulp van een steekwagen. Ook de hoge potten waar ik nog bijzondere vaste planten in heb ook onder dak in het open prieel en afwachten wat het voor winter gaat worden en hoe ze het overleven. De Chrysantjes die erin staan bloeien mooi! Alleen de Salvia's in paars en de Hot lips gaan de garage in. Die kunnen geen vorst verdragen en mocht het heel erg gaan vriezen dan staan ze dicht bij en mogen ze in de bijkeuken logeren voor korte tijd. Zo links en rechts wordt me wel toe gefluisterd, of ik wel wijs ben met zoveel werk! dat er nog zat plantjes te koop zijn als ze dood gaan. Maar voor een echte tuinvrouw die dat zelf ook wel kan bedenken, is dat niet hetzelfde. Hoe vaak heb ik ze niet in handen gehad en verzorgt. Kom op je krijgt nog een kans als ik een vers plukje van je af haal, dan moet je goed je best doen. En dan een volgende wied ronde staat ze daar jong, fris en groen me aan te kijken. Dat voelt alleen de echte tuinvrouw in mij.

Voorlopig zorgt een letterlijk en figuurlijk verdraaide knie ervoor dat ik me niet meer om tuinwerk bekommer. Mijn wintervoeten gaan op zoek... In een eerder column had ik het over hoe je in je leven samen met je lief op loopt, in de pas. Met het ouder worden gaat het soms niet meer samen en gelijk. De een gaat sloffen en de ander heeft een verdraaide knie! Maar nooit loop je alleen. Als voorbeeld was er die dag sneeuw. Het is de winter tweeduizend tien-tweeduizend elf. Een wandeling op de sneeuwrand. Het knerpen onder je voeten en op de ongerepte sneeuw de print van vogeltenen, hazen en verder in het bos de reeën. Goed blijven kijken en dan zijn er heel veel voeten en pootjes die met je meelopen. En de eerste sneeuw is er als ik in mijn eentje naar buiten ga voor een korte therapeutische wandeling. Vijftien december twee duizend achttien. Nog ongerept en de vogelpootjes staan er. Het hondje van de buren heeft ook al overal rondgesnuffeld. Onderweg de afdruk van een grote hond en die van zijn baas. Verder is er de stilte en het druppen van ijzel. Het jongetje op de hoek heb ik een kerstmuts voor een sneeuwpop in de brievenbus gedaan. Moet er wel nog meer sneeuw komen...

Geduld... zes letters... wat moet ik ermee? Dat woord kom ik de laatste dagen geregeld tegen. Als ik goed nadenk zelfs weken en kom ik aan de laatste drie jaren. Het is me aan vele kanten toegevoegd. Geduld. Waarom? Wat doe ik ermee? De trap op en af kan alweer. De Kerstdagen bij mijn kind was fijn. Ik wandelde in het park van de keizer. Lekker rustig en niemand die groet. Ik wel en dan zeggen ze wat terug. De bomen met hun turfachtige bast staan er nog. Het park van Huize Doorn wordt gerenoveerd. Ik wil hun Latijnse naam weten en informeer ernaar. Een aardige meneer weet het niet maar loopt mee om er een foto van te maken en ik krijg de naam toegestuurd. De drie bomen zijn de Sequoiadendron giganteum . Inheems in het westen van noord Amerika. De allergrootste in zijn soort. De zachte bast beschermt de boom tegen de daar natuurlijke bosbranden. De banden zijn aanknopingspunten voor verjonging van de soort. Als je er op drukt voelt het kurkachtig en vochtig aan. Hij behoudt  zijn naalden zag ik. De sequoia die ik in, niet meer mijn boerderijtuin, heb geplant is een naaldverliezende soort. 

Geduld... niet zo haastig... Zou dat lukken komend jaar? Dan moet je eens rustig naast een mammoet Sequoiadendron giganteum gaan staan... Je handen op zijn bast... al meer dan honderd jaar oud...

Tuinvrouwtje. Wintervoeten 2019.© Ria Wittenberg. 

Tuinvrouwtje

"Tuinvrouwtje"

Vanaf 2006 schreef ze vier keer per jaar, in Eigen Fleur en voor de website, onder het pseudoniem "Tuinvrouwtje"  een column over haar werkzaamheden in de tuin, en het plezier dat ze er aan beleefde. 

Ria Wittenberg, geboren en getogen in het Gelderse Laren. Na haar huwelijk kwam ze te wonen in Utrecht, waar haar man zijn werk had. In 1974 zagen zij kans om terug te keren naar de Achterhoek. Na acht jaar in Zutphen  kwamen ze in 1982 met hun kinderen te wonen op de boerderij in Armhoede. Daar werd naast het schilderen, het werken in de tuin de lust in haar leven. 

Na het overlijden van haar man, die als "mijn lief" nog al eens genoemd wordt, schrijft ze regelmatig over het veranderen in de tuin om het werk eenvoudiger te maken en leuk te houden. Maar het erf is te groot en de jaren gaan tellen. Met pijn in haar hart besluit ze om kleiner te gaan wonen. Een tijdelijk huis in Laren, tot ze het huis naar haar zin heeft gevonden.

De liefde voor alles wat groeit en bloeit, en de zin om te blijven schrijven, heeft haar besloten om te gaan schrijven over alles wat met natuur en tuinen heeft te maken.

Hieronder de laatste column over het afscheid van haar levenswerk, en de eerste column als rondgaande schrijfster.

 

-000-

 

Ja, het tuinvrouwtje broedt op plannen om haar boerderij en tuin te verlaten

In 1982 kwamen mijn lief en ik met zoon en dochter hier wonen. De kinderen gingen naar de basisschool in Exel. Het was veel fietsen en ver van alles, maar we kregen pezige beenspieren en waren jong en gezond.

Met veel energie in mijn lijf begonnen we met moesland en de bloementuin. In het begin wisten we niet waar we tegen vochten, maar kweekgras, distels, hondenpollen, brandnetels en haneklauw waren de namen. En ze bloeiden zo mooi en zaaiden zich sneller uit dan dat je kan werken. Maar plezier, dat gaf het. In de tuin werken zit mij in het bloed. Het werd mooi en geordend, maar niet keurig. Dat gaat gewoon niet als je zo buiten woont en je wilt alles zelf doen. Ik vond dat ik het aardig onder controle had en begon ieder jaar op 1 april weer met een frisse start van voor naar achter.

Zo ga ik dat, nu in 2018, ook doen. En het is voorjaar dus maar op het eerste terras de voegen schoon en vegen en lekker in de zon de koffie. De keukenhoek tuin is ook klaar. Tjonge wat ligt het er weer deftig bij! En het egeltje lag nog lekker te slapen onder haar dekentje van bladeren in de volle zon. Dat gerommel om haar heen vond ze toch niet geweldig want vanmorgen was ze verdwenen. De heel zware potten staan ook op hun plek. Niet te tillen maar op een kartonnen plaat rolde het zo over het grint naar de plek. Ze staan mooi en de oost-Indische kers kan gezaaid worden. Mooi weer is het en ik kruip door de tuin. Almaar onkruidjes plukken voordat die veldkers zijn zaadjes rondstrooit. Het is heerlijk om te werken en ik heb al een leuk stuk klaar.

Het zou nog paar dagen mooi weer zijn, nou misschien haal ik dan het einde wel van de zeventig stappen border. Hoewel, ik heb nog maar een kant tot het midden gedaan! Dan vliegen mijn gedachten! Verleden zomer zo hard gewerkt om al die wortels van kweekgras eruit te krijgen. Alle planten nog eens scheuren en er weer in zetten. Toen niet te zien wat het moest worden, maar nu al wiedend zie ik dat ze al tot hele pollen zijn gegroeid. Het werk gaat snel en makkelijk.

En dan ga ik het verlaten nu ik het net voor elkaar lijk te hebben. Ai, het maakt me toch aan het huilen.

Gijs moet weer aan het werk, maar zijn programma doet het niet goed en ik krijg het niet voor elkaar. Dus mijn zoon er even bij gehaald. Zo nu moet het lukken.

Is het zondagmorgen en ik denk nog even tien minuten te kunnen liggen. Ik hoor een gezoem buiten; nog nooit zo rap mijn bed uit, en ja hoor! Gijs aan het werk. Ik roep naar hem ben je belazerd op zondag, je vrije dag en al helemaal niet zo vroeg. Je mag pas om twaalf uur beginnen. Morgen zelf maar weer eens bekijken hoe dat moet en anders bel ik de dealer voor de oplossing!

Het blijft warm, erg warm. De regenbuien blijven uit en de planten hebben dorst. Ja, maar van die Brian uit het hoge noorden mag je ze niet gieten, daar worden ze maar lui van. Ik denk dat als ze binnen een week geen water krijgen dat ze voor altijd lui zijn, dood dus!

Het is ook nog nooit zo warm geweest in het voorjaar sinds begin van de vorige eeuw. Het enige voordeel van dit weer is dat alle kleine onkruidjes hartstikke dood liggen van het schoffelen zes weken terug. Nu is de rand langs het weiland mooi kort en zwart, voor zolang als het duurt.

De rode wilde klaprozen bloeien en de hemerocallissen beginnen. Een spektakel van kleur, als ze maar een buitje regen krijgen. Die vier borrelglaasjes vol was niks vergeleken met die code oranje buien die over de rest van het land trokken. De regenbuien en overstromingen waren allemaal elders.

Fijn wonen in de Achterhoek! Enkel mooi weer en droog! Ondertussen ben ik mijn tuin rond geweest met schoon wieden. Schoon en volop in bloei voor de nieuwe eigenaar. Ik hoop dat hij en zijn vrouw net zoveel van mijn bloemetjes gaan houden. De zomer is begonnen ...

Tuinvrouwtje.

2018(C) Tuin verlaten. Ria Wittenberg.

 ------------------------

 

Mari wil uit fietsen

Het is een prachtige zondag in oktober. Na een hete zomer een Indian Summer er achteraan. Ik ga op de fiets de draad weer oppakken en eens goed om me heen kijken. De prachtig rood kleurende Amerikaanse eik. Hun silhouetten tegen een staalblauwe hemel brengen me in verrukking.

Overal hangen de struiken vol bessen. In de tuinen de hulst en langs de weg zag ik overvolle rode lijsterbessen. Ach, ik had ook zo’n boom in de tuin!

Ik ontdek nu een andere kant van onze gemeente. Hoewel de jeugdplek waar ik opgroeide niet zo ver weg is weet ik toch niet de namen van de wegen. Maar dat komt.

Ik bekijk de diverse stalletjes langs de kant van de weg. Een kar vol prachtige kalebassen. Vooral die fleskalebassen vind ik mooi en ik neem er enkele mee om weg te geven.

Walnoten om weg te geven, staat er op een groot bord. Andere die wel tachtig walnoten voor een euro aanbieden met een uitroepteken bij tachtig! Twintig jaar terug was ik bij een oud boertje en werden soortgelijke uitgeteld voor een cent per stuk! Kom ik op 220 stuks? Het verschil is wel heel erg groot.

Iedere week neem ik conference peren mee waar vrije gift bij staat. Mooi gesorteerd op gaaf fruit zonder plekken. Het doet me denken aan mijn vroegere drie perenbomen. Wat een fruit rapen elke dag. Krijg je echt wel een kromme rug van, en dan maar schillen, de hele middag. Ja, winterdag had je er plezier van, zo kant en klaar je compote en appelmoes uit de vriezer.

Nu als ik langs kom zie ik de rotte peren liggen. En de opoe’s van vroeger die op een bankje voor het huis in de zon peren en appels zaten te schillen bestaan niet meer. De oma’s werken nog buiten de deur en anders zijn ze aan het oppassen op klein grut bij een volgende generatie.

En wat een eikels liggen er onder de bomen. Het fabeltje van een strenge winter op komst gaat niet op? Het ligt er toch aan hoe in het voorjaar de nachtvorst voor de vruchtvorming was?

Ik draai op de weg terug om te lezen wat het bord bij een fors stalletje te vertellen heeft. Er liggen diverse soorten appels en peren. Rode ster appels en mooie grote gele waarvan ik de naam niet weet. De meneer die er woont komt aangelopen. “Zo, u bent ook vroeg op pad, zal ik u uitleggen wat er ligt?”. Hij woont er nog niet zo lang en we hebben een leuk gesprek. Over fruit, over werk, zijn gezin en waar hij vandaan komt. Ik vertel waar ik gewoond heb. Van het buitenaf wonen, hoe je daarvan kunt genieten. Ja, dat weet ik maar al te goed! Hij stelt zich voor en we geven elkaar een hand. Dan zegt hij: “Neem zoveel mee als u wilt”. Ik pak vier van die mooi gele appels en bedank hem. Een zandweg verder ben ik al zo vaak geweest. Langs het Twentekanaal fiets ik terug. Een hele kolonie ganzen op het water en ik blijf er geboeid naar kijken. Hier staat ook de sassefras. De bijzondere bomen die bijna nergens in Nederland voorkomen. Zij verkleuren tot in het paarse!

Terug schil ik de mooie gele appel en ben benieuwd hoe hij smaakt. Hij is knapperig en fris zuur. Heel sappig. Nu nog de naam...

Tuinvrouwtje. Okt. 2018. Ria Wittenberg.