Lochem

Strobilanthes rankanensis (Trompetbloem)

Een nieuwkomer bij de vaste planten die nog niet zo lang geleden is gevonden in Korea op berghellingen en op droge plaatsen onder licht kreupelhout.  Op dezelfde plaatsen waar ook de Agastache groeit. Dat betekent al dat Strobilanthes rankanensis ook een goed doorlatende grond vereist, en niet in de volle zon kan.

De plant komt in het voorjaar laat op gang, maar op de juiste plaats wordt alles ingehaald. Vanaf juni tot oktober blijft hij groeien tot ongeveer één meter hoog, en volop bloeien met helderblauwe bloemen.

De stengels zijn wat slap, dus verdient het de voorkeur om de plant als geheel te stutten, bijvoorbeeld door snoeihout als rijshout rondom en tussen de planten in de grond te steken, of door een grofmazig stukje gaas (schapengaas) op een paar tonkinstokken over de plant te spannen. Of planten tussen een paar stevige planten als “buur”, en de voorkant mooi laten overhangen.

De herkomst doet vermoeden dat het met de vorstgevoeligheid wel goed zit. Alleen langdurig nat in de winter kan problemen geven, dus zorg voor goed doorlatende grond. De plantenresten na afsterven laten liggen voor isolatie van de grond.

Na het opruimen meteen na de winter hebben de zaden kans om op te komen. Die gaan bloeien in de tweede helft van de zomer. Voor eerdere bloei dus proberen om het de plant naar de zin te maken zodat die goed de winter door komt.

Agastache

Agastache rugosa  groeit in China, Japan en Korea op berghellingen en op droge plaatsen onder licht kreupelhout. Dat verklaart het probleem van overwinteren in winters met veel neerslag en weinig vorst. Juist koude droge winters overleven ze heel goed.

Nu het er naar uitziet dat de winters zachter en natter zullen worden, moet de plaats voor Agastache goed waterdoorlatend zijn, of diep losmaken en met grof zand verschralen.  

Uit Agastache rugosa zijn een paar goede cultivars ontstaan zoals Agastache 'Black Adder', een 100 cm hoge luchtige plant, mooi donker blauw-paars. En Agastache 'Blue Fortune' die een wat forsere indruk maakt, en met 80 cm iets lager blijft. Mooi donker blauw, en de steriele bloemen blijven heel lang hun kleur behouden.

Agastache 'Purple Haze' is al wat langer bekend, heeft de groei als ‘Black Adder’ maar de kleur gaat meer naar purper.

En dan de witte Agastache foeniculum 'Alabaster'. Komt van oorsprong van de droge prairies van Noord-Amerika. Maar is ook wel als Agastache rugosa 'Alabaster' in de handel, en dan zou de oorsprong China, Japan of Korea zijn.  Maar tot welke soort de plant thuis hoort maakt niet uit, het is een wat los groeiende variëteit die echt niet tegen natte voeten kan en ok niet tegen echte vorst, maar zich wel goed uitzaait. Mogelijk is het een kruising met de uit Texas afkomstige Agastache cana die niet tegen nat kan en ook niet tegen vorst. Maar de nakomelingen in deze groep hebben mooie kleuren en zaaien zich ook gemakkelijk uit.

Als er jaarlijks problemen zijn met het overwinteren, stop dan met Agastache en ga over op Nepeta kubanica. Die maakt ook stevige blauw-paarse aren, wordt ook 80 cm hoog en is goed winterhard. 

 

Bij de foto:  Achteraan Agastache 'Black Adder', vooraan Agastache 'Blue Fortune' en in de hoek op de foto Agastache foeniculum 'Alabaster'

Nepeta kubicana

In het voorjaar geplant, bloeit hij al in de zomer met driekwart meter hoge bloemstengels die stevig overeind blijven. En prachtige, grote diepblauwe bloemen, en na de bloei nog sierwaarde door de mooie paars-rode aren.

De plant vormt een stevig wortelgestel waarmee tijdelijke droogte goed is te overbruggen. Dus iets minder humusrijke grond is geen probleem.

Het geslacht Nepeta (kattenkruid) is ingedeeld bij de lipbloemigen (Labiatae) en telt ongeveer 150 soorten in de gematigde streken van Europa en Azië, bij voorkeur op droge, goed doorlatende grond en in de volle zon. Ze bloeien rijk met honingrijke bloemen die zeer in trek zijn bij de bijen. De bloeiwijze is een aar bestaande uit kransen van lipbloemen waarvan de onderlip vaak een kenmerkende waaiervormige onderslip heeft. Bij het stuk wrijven van de bladeren komt een aromatische geur vrij waar veel katten dol op zijn, vandaar de naam “kattenkruid”.

Door de nattere winters hebben o.a. Agastache (dropplant) problemen met de overwintering. Op plaatsen waar het probleem herkenbaar is, zou Nepeta Kubanica een goede vervanger kunnen zijn. Vooral de plaats van Agastache ‘Blue Fortune’ kan zonder groot verschil zo over genomen worden.

De bloeitijd, juli t/m september, en de donker blauwe kleur past heel mooi bij alle kleuren Phlox (vlambloem). 

Crocosmia "Lucifer"

(Familie: Iridaceae)

Een echte "ouderwetse" tuinplant, een knolgewas dat in 1880 bij de Franse kweker Lemoine uit een kruising van twee Crocosmia-soorten is ontstaan en die vroeger bekend stond als "Montbretia", met meestal oranje-gele bloemen. Ze zijn wisselend winterhard, reden waarom ze voor de zekerheid meestal 's winters afgedekt worden. De officiële nieuwe naam is nu "Crocosmia" en het ras dat met zijn felle rode kleuren de show steelt in de tuin is Crocosmia "Lucifer".

Crocosmia "Lucifer" is een knolgewas dat redelijk winterhard genoemd mag worden en jarenlang op dezelfde -bij voorkeur zonnige- plek kan blijven staan en zich dan gestadig uitbreidt. De bloeiperiode vangt aan in juni en de aarvormige bloeiwijze bestaat uit 70-90 cm lange, stevige stelen met 2 rijen vlammend rood gekleurde en 4-5 cm grote bloemen die heel geschikt zijn voor op de vaas.

 

Pachyfragma macrophyllum

(Kaukasische boerenkers)

In Engeland bekend als Caucasian penny-cress.

Vertaald naar het Nederlands: Kaukasische boerenkers

Hoewel in Engeland al heel lang bekend, wordt Pachyphragma macrophyllum bij ons als iets nieuws beschouwd. Het is een goede bodembedekker voor in de schaduw, met in het voorjaar een witte deken van bloemen die doet denken aan de bloesem van koolzaad en pinksterbloem, waar het familie van is. Het is dan ook een plant waar vooral de kleine wilde bijen op af komen. Ook het Oranjetipje dat de pinksterbloem als waardplant heeft komt hier graag op af.

De plant is in de vergetelheid geraakt door de massale aanplant van Pachysandra. Maar sinds daar wat problemen mee zijn door wortelsterfte komt Pachyphragma weer in de belangstelling. Ook al omdat de plant geen hoge eisen stelt aan de vochtvoorziening.

Kortom, een prima plant voor in de lichte schaduw onder bomen. Blijft groen in de winter en is vroeg in het voorjaar een aandachttrekker door de uitbundige bloei, en als de omstandigheden goed zijn zal het zich ook nog uitzaaien.

Pachyphragma macrophyllum is rond 1822 naar Engeland gehaald. In de bossen van Failand, North Somerset, groeien ze massaal, en daar horen ze sinds 1962 tot de inheemse planten.

De naam Pachyphragma is uit het Grieks naar het latijn over gezet, maar behoud het geslacht. Omdat de Griekse naam onzijdig is, moet de soortnaam ook onzijdig zijn. Dus vandaar hierbij de uitgang “um” bij macrophylum