Groentips & Groeninfo

Tip januari

Planten en verplanten van bladverliezende (fruit)bomen, heesters en hagen in de wintermaanden bij vorstvrij weer (zie bij oktober).

Met bladhoudende struiken en Coniferen wachten tot het voorjaar.

Voor het aanbreken van de winter moet u ervoor zorgen dat de grond in borders, onder hagen en tussen groenblijvende struiken is bedekt met een dikke laag blad. Veel planten en struiken komen daarmee beter de winter door.

Zorg dat paden goed beloopbaar blijven. Let vooral op afstapjes. Scherp zand strooien is beter voor uw planten dan pekel of zout.

Opletten dat Dahlia's en andere knollen vorstvrij liggen opgeslagen.

Sneeuw: vooral wintergroene gewassen kunnen door de last van sneeuw behoorlijk uit model raken. Het is goed om de sneeuw van de planten af te schudden. Vooral door de combinatie van regen en dooi wordt het loodzwaar voor de planten.

Bent u er toch te laat bij, dan kan het door ze tijdelijk bij elkaar te binden weer goed komen. In het voorjaar alles los maken en de takken die waren uitgezakt zeker voor 1/3 tot de helft terug knippen. Wel het model in de gaten houden.

Koude bak: leg de ramen op de koude bak om alvast voor te verwarmen en de bak vrij van sneeuw te houden.

Vogels voeren op een plek waar ze vijanden zien aankomen. Ze overnachten vaak in schoongemaakte broedkastjes.

Heeft u in de zomer een drinkbak voor de vogels, zet dan ook in de winter een bakje water neer. Span een stukje gaas er over zodat de vogels er tijdens vorst niet in kunnen baden. Tijdens vorst het drinkbakje tegen de avond vorstvrij wegzetten.

De vijver sneeuwvrij houden met een bezem. Met schop of schuiver kan het folie beschadigen. In de vijver een gaatje open houden om moerasgas te laten ontsnappen. Ligt er al ijs, zet er dan een emmer heet water op om een gat te smelten. Niet hakken -dat verstoort de vissen- en het gat open houden met een beluchtingspompje of een stuk piepschuim met een steen er op. Dagelijks even open maken.

Bomen Snoeien: zachte houtsoorten kunnen het beste tijdens de groei worden gesnoeid. De boom kan dan snel de wond afsluiten. Paardenkastanje, Walnoot en Catalpa zijn een paar voorbeelden.

Appelbomen snoeien in de winter. Peren aan het einde van de winter.

Heesters snoeien: nu de heesters kaal staan is goed te zien wat aan bossige takken weg kan om lucht in de struik te krijgen. De overgebleven jongere takken kunnen ingekort worden. Voorjaars-bloeiers meteen na de bloei snoeien.

Maak van het snoeihout rillen door de takken tussen paaltjes op te stapelen. Mooi om bijvoorbeeld de moestuin af te scheiden, en er komen veel vogels en andere insecteneters op af. Ook is het snoeihout ideaal als rijshout in de moestuin, en het fijnere goed vertakte deel als steun bij de vaste planten. Als de takken op meerdere plaatsen bijeen worden gebonden tijdens het drogen, worden ze handzamer.

Niet snoeien: (Sier) Kersen, Pruimen, Abrikoos, Amandel en Perzik (niet snoeien als de “R” in de maand zit!)  Bij koud en nat weer worden de schimmelsporen actief. Vaatcellen in de stam en takken sterven af en op het blad komt een loodachtige kleur. Vandaar de naam “loodglans”. Wonden afdekken en snoeigereedschap ontsmetten.

Acer (esdoorn), Betula (berk), Carpinus (haagbeuk), druif en kiwi gaan bloeden als ze na half januari nog gesnoeid worden. Bent u te laat, dan wachten tot het blad er aan zit.

 

 

meer
21
May
Alles is weer fris en groen
21
May
Blij van vrolijke akeleien