Groentips & Groeninfo

Crocosmia "Lucifer" (Familie: Iridaceae)

Een echte "ouderwetse" tuinplant, een knolgewas dat in 1880 bij de Franse kweker Lemoine uit een kruising van twee Crocosmia-soorten is ontstaan en die vroeger bekend stond als "Montbretia", met meestal oranje-gele bloemen. Ze zijn wisselend winterhard, reden waarom ze voor de zekerheid meestal 's winters afgedekt worden. De officiële nieuwe naam is nu "Crocosmia" en het ras dat met zijn felle rode kleuren de show steelt in de tuin is Crocosmia "Lucifer".

Crocosmia "Lucifer" is een knolgewas dat redelijk winterhard genoemd mag worden en jarenlang op dezelfde -bij voorkeur zonnige- plek kan blijven staan en zich dan gestadig uitbreidt. De bloeiperiode vangt aan in juni en de aarvormige bloeiwijze bestaat uit 70-90 cm lange, stevige stelen met 2 rijen vlammend rood gekleurde en 4-5 cm grote bloemen die heel geschikt zijn voor op de vaas.

 

 

 

Naar boven

Pachyphragma macrophyllum (Kaukasische boerenkers)

In Engeland bekend als Caucasian penny-cress.

Vertaald naar het Nederlands: Kaukasische boerenkers

Hoewel in Engeland al heel lang bekend, wordt Pachyphragma macrophyllum bij ons als iets nieuws beschouwd. Het is een goede bodembedekker voor in de schaduw, met in het voorjaar een witte deken van bloemen die doet denken aan de bloesem van koolzaad en pinksterbloem, waar het familie van is. Het is dan ook een plant waar vooral de kleine wilde bijen op af komen. Ook het Oranjetipje dat de pinksterbloem als waardplant heeft komt hier graag op af.

De plant is in de vergetelheid geraakt door de massale aanplant van Pachysandra. Maar sinds daar wat problemen mee zijn door wortelsterfte komt Pachyphragma weer in de belangstelling. Ook al omdat de plant geen hoge eisen stelt aan de vochtvoorziening.

Kortom, een prima plant voor in de lichte schaduw onder bomen. Blijft groen in de winter en is vroeg in het voorjaar een aandachttrekker door de uitbundige bloei, en als de omstandigheden goed zijn zal het zich ook nog uitzaaien.

Pachyphragma macrophyllum is rond 1822 naar Engeland gehaald. In de bossen van Failand, North Somerset, groeien ze massaal, en daar horen ze sinds 1962 tot de inheemse planten.

De naam Pachyphragma is uit het Grieks naar het latijn over gezet, maar behoud het geslacht. Omdat de Griekse naam onzijdig is, moet de soortnaam ook onzijdig zijn. Dus vandaar hierbij de uitgang “um” bij macrophylum

 

 

Naar boven

meer

 

 

 

13
Dec
Westlandse buitenplaatsen van weleer
06
Dec
De kracht van kruiden - Blik op de tuin no. 879